Facebook Twitter Tunein YouTube

Recital NATALIE DESSAY & PHILIPPE CASSARD

Op 28 april brengt de Franse sopraan Natalie Dessay een recital met Franse en Duitse liederen in de Munt. Ze wordt daarbij begeleid door haar vaste pianist Philippe Cassard.

Jarenlang was ze een absolute wereldster op de operascène. Haar timbre, overtuigende acteerspel en halsbrekende coloraturen bezorgden haar triomf na triomf als Zerbinetta (Ariadne auf Naxos, Strauss), Blondchen (Die Entführung aus dem Serail, Mozart), Lucia di Lammermoor (Donizetti) of Olympia (Les Contes d’Hoffmann, Offenbach). En dan, in 2013, het abrupte afscheid. Van de opera, maar niet van het operapodium! Op 28 april brengt de Franse sopraan Natalie Dessay een recital met Franse en Duitse liederen in de Munt. Ze wordt daarbij begeleid door haar vaste pianist Philippe Cassard.

“Ik heb verhalen nodig, dingen om te vertellen. Als een cyclus het in het lang en het breed over vogels en landschappen heeft, verveel ik me… Door de band heb ik het lastig met beschrijvingen, en met strofische liederen, want zesmaal hetzelfde vertolken, dat boeit me niet.” Met Mozarts “Giunse alfin il momento… Deh vieni non tardar” uit Le nozze di Figaro (1786) loopt Natalie Dessay alvast weinig risico om zich te vervelen. Het is een psychologisch gelaagde aria die verleidt met de hunkering naar wat komt en dus een treffend openingsnummer vormt. In die andere Mozartaria, Pamina’s “Ach, ich fühl’s” uit Die Zauberflöte (1791), klinkt net het omgekeerde door: de wanhoop over wat voorbij is, een schijnbaar verloren liefde.

Nadat Franz Schubert (1797-1828) eerder dit seizoen al aan bod kwam in de recitals van Kar­ine Deshayes, Simon Keenlyside en Pavol Breslik, brengt ook Natalie Dessay vijf van zijn liederen. Geheimes D719, Lied der Mignon D877, Suleika D720 en Gretchen am Spinnrade D118 gaan terug op teksten van Goethe, Die junge Nonne D828 op een gedicht van Jakob Nikolaus Craigher.

Hans Pfitzner (1869 – 1949) componeerde zijn Alte Weise in een creatieve koorts van slechts één week tijdens de zomer van 1923. De acht liederen worden vandaag maar zelden uitgevoerd. “Toch lonen ze echt de moeite! De gedichten zijn van Gottfried Keller, een Duitstalige Zwitser, en vormen een zeer vreemde cyclus met een zeer verfijnde pianistieke schriftuur, onverwachte versieringen en, vooral: het is een vrouw die spreekt, wat ook een zeldzaamheid is. Het zijn flarden uit het leven van een zeer vrijgevochten vrouw, die met de mannen spot en haar leven zelf in handen neemt. Tot het ultieme moment waarop ze het paradijs binnentreedt en op maanlichte harmonieën beschrijft wat er gebeurt.”

“Ik ben het niet eens met de opvatting dat een lied een mini-opera is, samengebald in drie minuten! Voor mij is een lied iets anders, het is een beetje zoals een chanson: je moet zo dicht mogelijk bij de woorden blijven, een soort intieme relatie aangaan met het gedicht en de toehoorder.” Met Ernest Chaussons Chanson Perpétuelle (1898) en Georges Bizets Adieux de l’Hôtesse Arabe (1867) duiken we het Franse repertoire in, dat de tweede helft van deze recitalavond beheerst. Ze worden gevolgd door kamermuziek van de exact honderd jaar geleden gestorven Claude Debussy (1862-1918). Anders dan de titel doet vermoeden, gingen Dessay en Cassade voor de cd Clair de lune uit 2012 op zoek naar onbekende werken van de Franse componist. De mélodies Regret en Coquetterie posthume behoren tot die categorie. Ze zijn gebaseerd op poëzie van respectievelijk Paul Bourget en Théo­phile Gautier en worden voorafgegaan door twee composities voor piano solo uit de prachtige Préludes: La Fille aux cheveux de lin en Ondine.

Natalie Dessay sluit haar recital af met een absolute hit: Marguerites “Juwelenaria” uit Faust van Charles Gounod (1818-1893).

Wanneer : 28 april – 20.00u
Waar : Muntschouwburg – Brussel
Info : www.demunt.be

Recent