Facebook Twitter Tunein YouTube

LOHENGRIN in Munt

In 1841 krijgt Richard Wagner (1813-1883) een verhandeling van Christian Theodor Lucas over de Duitse legendes onder ogen. De daaropvolgende jaren rijpt een project rond de ridder Lohengrin.

In 1841 krijgt Richard Wagner (1813-1883) een verhandeling van Christian Theodor Lucas over de Duitse legendes onder ogen. Het werk inspireert hem en zal vanaf dan bijna al zijn volgende opera’s diepgaand beïnvloeden. Parallel met zijn werk aan Die Meistersinger von Nürnberg en de creatie van Tannhäuser tijdens zijn verblijf in Dresden, rijpt de daaropvolgende jaren ook een project rond de ridder Lohengrin – een naam afkomstig van het Oudfranse ‘li loheren garin’ (Garin le Lorrain). Het libretto in verzen, zoals steeds bij Wagner verrijkt met thema’s uit andere bronnen, wordt afgewerkt in 1845, de partituur drie jaar later. Naar aanleiding van zijn politieke activiteiten ziet de componist zich gedwongen om in ballingschap te gaan nog voor hij de creatie van zijn nieuwe opera kan meemaken. In 1850 neemt zijn latere schoonvad­er Franz Liszt de taak op zich. Het werk werd al in 1870 in Brussel gecreëerd en werd snel gepercipieerd als het hoogtepunt van de romantische opera.

Het verhaal combineert historische feiten met elementen uit mythes, sprookjes en tragedies: nadat Frie­drich von Telramund Elsa, erfdochter van Brabant, beschuldigd heeft van de moord op haar broer Gottfried, wordt de jonge vrouw gered door de komst van een mysterieuze ridder. Deze haalt het in een godsgericht van Telramund, maar spaart grootmoedig diens leven. De ridder huwt daarop met Elsa, op voorwaarde dat zij hem belooft nooit zijn identiteit te willen achterhalen. In de hoop zich te kunnen wreken, zaaien Telramund en vooral zijn vrouw Ortrud twijfel in het hart van Elsa, die uiteindelijk bezwijkt en haar echtgenoot de verboden vraag stelt. De ridder geeft zijn geheim prijs: hij is de zoon van Parsifal en net als hem een graalridder. Nu moet hij echter voor altijd uit haar leven verdwijnen, maar niet zonder eerst haar broer uit de toverkunst van Ortrud te bevrijden.

Het idiomatische symfonische coloriet van Lohengrin is een bevestiging van de heel eigen artistieke weg die Wagner op dat moment in zijn leven al aan het gaan was. De muzikale schriftuur is machtig, overweldigend. Van bij de prelude leiden de uitgespon­nen, betoverende klanken ons binnen in een magisch universum, dat tegelijk al het einde van de opera laat voorvoelen. Aan Alain Altinoglu om ons aan het hoofd van het Symfonieorkest en koor van de Munt door deze meesterlijke partituur te gidsen, die hij in 2015 al in Bayreuth dirigeerde.

Geen operavraagstuk heeft zoveel inkt doen vloeien als de invloed van Wagners persoonlijkheid en kunst op de socio-politieke en esthetische opvattingen van zijn toeschouwers en op de Duitse (culturele) geschiedenis tout court. Friedrich Nietzsche, Charles Baudelaire, George Bernard Shaw, Thomas Mann, Theodor W. Adorno, Alain Badiou … Het zijn maar enkele van de vele beroemde schrijvers die zich met deze thematiek hebben ingelaten en soms extreme posities pro of contra hebben ingenomen. Ook Olivier Py schrijft zich nu in dit rijke debat in: niet met de pen, maar met een enscenering van Lohengrin. Nadat hij eerder al Tristan und Isolde, Tannhäuser en Der fliegende Holländer ensceneerde, vindt de Franse regisseur dat hij de politiek-culturele discussie rond Wagner ditmaal niet uit de weg kan gaan. Want in Lohengrin vinden we sloganeske oproepen om het Deutsche Reich te verdedigen tegen buitenlandse bedreigingen, horen we bewondering voor sterke autoritaire leiders en ontmoeten we messianistische heilsfiguren (Lohengrin) die, net als geniale kunstenaars, het volk kunnen bezielen en naar overwinningen leiden.

Voor de Franse regisseur Olivier Py wordt het de tweede operaregie van het Munt seizoen, nadat hij in december al te gast was voor Poulencs Dialogues des Carmélites.  Py brengt opnieuw het team op de been dat hem bij zijn vorige projecten van succes verzekerde: Pierre-André Weitz voor de decors en de kostuums en Bertrand Killy voor het lichtdesign.
Twee grote tenoren delen hun roldebuut als zwanenridder Lohengrin: de Amerikaan Eric Cutler en de Canadees Joseph Kaiser. Eric Cutler zong Apollo in de laatste productie van Daphne (Strauss) in september 2014. Het publiek van de Munt kon voor het eerst met hem kennismaken als Raoul de Nangis (Les Huguenots, Meyerbeer) in 2011 en zag hem nadien ook nog aan het werk als Pastrez (Król Roger, Szymanowski). Josef Kaiser was dan weer voor het eerst te beleven in de concertante voorstelling van Fidelio uit 2014.

Sopranen Ingela Brimberg en Meagan Miller vertolken Elsa. Ingela Brimberg kent Olivier Py nog van Les Huguenots, toen ze haar roldebuut maakte als Valentine. Basbaritons Thomas Jesatko en Andrew Foster-Williams belichamen Friedrich von Telra­mund. De eerste zong al Biterolf (Tannhäuser) en Klingsor (Parsifal) ‘am Grünen Hügel’, de tweede kennen we nog als Don Pizarro in Beethovens Fidelio.

Wanneer :
19 april – 18:00u (première)
20, 24, 26 & 27 april – 18:00u
22 & 29 april – 15:00u
2 & 4 mei – 18:00u
6 mei – 15:00u
Waar : Muntschouwburg – Brussel
Info : www.demunt.be

Recent