nu:

EDWIN RUTTEN EN MARIJN DEVALCK : VAN BACH TOT BEBOP A LULA

Wat het frappante is, is dat zowel Edwin als Marijn gekend zijn omwille van hun tv-rolletjes. Wie kent Ome Willem of Balthazar Boma nu niet? Dit terwijl beide heren een grote muzikale carrière achter de rug hebben, en in de eerste plaats een eerder klassieke opleiding genoten.

Vooral het verhaal van Marijn was bijzonder grappig. Hij werd gescout om naar het conservatorium te gaan en heeft alles gedaan om maar niet te moeten gaan. Zo onvoorbereid als wat werd hij toch toegelaten. Kwaliteit drijft nu eenmaal onmiskenbaar boven.

Wat bij beide heren naar voren komt is vooral hun kijk naar het commerciële tegenover het eerlijke. Eerlijke muziek is in de eerste plaats muziek die je zelf raakt. Er wordt vaak neergekeken op artiesten als wijlen André Hazes en Eddy Wally. Al wie een hart heeft voor echte muziek kon de passie voelen bij beide artiesten, wat hen ook tot echte muzikanten maakte.

MDV: Kijk, muziek is een taal die je emotioneel moet bereiken. Daarom moet het ook eerlijk gebracht worden. Ik heb zelf nog koorwerk gecomponeerd. Ieder stukje wat je componeert is weer een ander portretje. Het ene verschilt totaal van het andere. Wanneer je eerlijk bent voor jezelf moet je ook toegeven dat ieder gevoel totaal anders aanvoelt. Daarom moet het ook totaal verschillend kunnen hoorbaar zijn.

ER: Je kan gewoonweg geen geld verdienen met wat je niet goed vindt, met wat niet bij je leeft. Wat is commercieel? Ik denk dat je moet doen wat je heerlijk en eerlijk vindt. En het publiek weet je wel of niet te vinden, en dat publiek is groot of klein. Het jazzpubliek is nu eenmaal kleiner dan het populaire chanson, maar alles even waardevol.

MDV: Neem nu Beethoven. Hij maakte vele grote werken, maar ook dat hele eenvoudige melodietje dat zovele mensen kennen. Welke beginnende pianist wil nu niet “Für Elise” kunnen spelen?

ER: Eenvoud is een groot goed.  

Veerle Deknopper

De volledige tekst lees je op www.klassiek-centraal.be

Klassiek Centraal

Recent