Facebook Twitter Tunein YouTube

De Munt : TRISTAN & ISOLDE

Tristan und Isolde is misschien wel het grootste monument dat ooit ter ere van een onmogelijke liefde is opgetrokken. Richard Wagner veranderde er voorgoed de kunstvorm opera mee en hypnotiseert al anderhalve eeuw iedereen die zich eraan overgeeft.

De twee cruciale inspiratiebronnen voor Tristan und Isolde zijn bekend: de liefde van Wagner (1813-1883) voor Mathilde Wesendonck en zijn kennismaking met het werk van Schopenhauer.

Die filosoof ontdekte hij in 1854 via een vriend. Hij las Die Welt als Wille und Vorstellung vier maal na elkaar en raakte gefascineerd door het sombere, pessimistische wereldbeeld dat hij erin terugvond: “Zijn basisopvatting, de finale negatie van de wil tot leven, is van een schrikwekkende ernst, maar is de enige die de bevrijding impliceert”, schrijft hij in een brief aan Liszt.

In welke mate de rol van Mathilde, de echtgenote van de rijke Otto Wesendonck die hij in 1852 leerde kennen, doorslaggevend was, is minder duidelijk. Zeker, Wagner koesterde al snel gevoelens voor de jonge vrouw, die daar niet onverschillig bij bleef. Niettemin deed hij er twee jaar over om de eerste schetsen voor deze opera te maken. Het jaar daarna, toen hij logeerde in een villa die hem ter beschikking was gesteld door de Wesendoncks, bood hij Mathilde wel een eerste versie van het libretto aan. Waarschijnlijk vormde ze als muze slechts de vonk, het sentimentele houvast dat hem in staat stelt om zich volledig op Tristante storten, een werk waar hij nog drie jaar voor nodig had om het af te werken: het eerste bedrijf in Zürich begin 1858, het tweede in Venetië, in volle huwelijkscrisis, en het derde in 1859 in Luzern. Hij componeert in die periode bedrijf per bedrijf en meteen volledig georkestreerd, een aanpak die hij enkel toepast voor Tristan en Siegfried.

De opera ging pas in juni 1865 in première in München, na vruchteloze pogingen in Karlsruhe, Parijs en Wenen, en dit dankzij de steun van koning Ludwig II van Beieren die Hans von Bülow engageerde en de zanger Ludwig Schnorr. Het werk, waarvan slechts drie opvoeringen werden gegeven, stootte op onbegrip bij een groot deel van de pers. Daarenboven kwam het noodlottige toeval dat Schnorr enkele weken later, op 29-jarige leeftijd, stierf. De eerste herneming vond pas negen jaar later plaats, in Weimar. Het werk werd in 1886 voor het eerst in Bayreuth opgevoerd en in 1894 in de Munt.

Het libretto is geïnspireerd op een Keltische legende die in de 13de eeuw door Gottfried van Straatsburg werd opgetekend. Wagner, die zoals hij gewend was zelf de verzen schreef, schrapte diverse episodes en hield enkel de reis over, het kasteel van Koning Marke en het einde van Tristan. Deze drieledige structuur versterkt het symfonische aspect van het werk, wat volgens Cosima ook Wagners opzet was.

Op zijn eigen tekst bedenkt Wagner een continue stroom muziek, een “chromatische omzwerving” die nooit een oplossing krijgt maar zichzelf verliest in een kleurrijke polyfonie. Een muziek die de toehoorder hypnotiseert, hem meevoert in een flux van emoties, en waarvan het beroemde Tristanakkoord (vier noten gevolgd door een progressie zonder oplossing) het absolute en eindeloos herhaalde symbool is.

Wanneer :
02 mei – 18.00u (première)
04, 07, 08, 10, 14, 16 & 17 mei – 18.00u
12 & 19 mei : 15.00u
Waar : Muntschouwburg – Brussel
Info : www.demunt.be

Recent